De advocaat van Anders Breivik is zijn boekje te buiten gegaan, vinden Nederlandse strafpleiters. Of Geir Lippestad en zijn cliënt hebben een wel heel curieuze verdedigingsstrategie.
„Breivik is krankzinnig, en een kille persoon. Ik kan zijn daad niet begrijpen, want hij legt die niet uit op een aanvaardbare manier. De hele zaak wijst er op dat hij gek is. Ik kan zijn persoon niet beschrijven, hij is niet zoals wij zijn. Hij praat veel over zijn manifest, te veel. Hij heeft een kijk op de zaken die niet na te vertellen is.”
Advocaat Geir Lippestad gaf dinsdagmiddag een opvallend openhartige persconferentie over zijn beroemdste cliënt. En daarbij ging hij veel te ver, oordelen vier Nederlandse advocaten. „In Nederland heb je een tuchtklacht aan je broek als je dit doet”, zegt Tjalling van der Goot, onder andere de raadsman van de hoofdverdachte in de Amsterdamse zedenzaak. „Je mag je niet zomaar uitspreken over de geestestoestand van je cliënt, behalve wanneer deze dat wil.”
Aan de manier waarop Lippestad dit verwoordde, valt af te leiden dat hij dit zonder overleg deed, zag Peter Plasman. „Dat is ronduit schandalig, het is schending van het beroepsgeheim als hij dit zonder vooroverleg deed. Het lijkt erop dat hij niet Breivik verdedigde, maar zichzelf. Uit wilde leggen dat hij ook met de zaak in de maag zit. Dat kan natuurlijk niet. Het is nooit goed voor je zaak. En stel dat de verdachte nu een andere advocaat wil. Het beeld dat hij krankzinnig is, kan die niet meer bijstellen.”
Plasman verdedigde de moordenaar van Theo van Gogh, die ook politieke motieven had. In zulke zaken is het oppassen dat je als strafpleiter niet een spreekbuis wordt. De hele wereld wil immers weten wat de dader beweegt. „Die druk is groot, maar daar moet je niet aan toegeven. Je bent er voor je cliënt, niet voor de wereldpers. Als je cliënt het motief wil openbaren, dan kan je dat in een korte verklaring doen. Niet heel uitgebreid, zoals nu.”
„Als advocaat ben je er voor de juridische strijd, niet voor een politieke”, vult Marielle van Essen aan, de Amsterdamse advocate die de waxinelichtwerper bijstaat. Erwin L. voert een strijd tegen de monarchie. „Dat mag hij doen, maar daar ga ik hem niet bij helpen. Het rare is dat Lippestad volledig in strijd met het manifest van Breivik en zijn eerdere opmerkingen nu roept dat hij krankzinnig is. Breivik wil dat hele verhaal op de zitting uit de doeken doen. Maar dat kan nooit meer geloofwaardig, hij is immers gek.”
Inez Weski, de grande dame van de strafadvocatuur, moest bij het zien van de persconferentie denken aan de film Cape Fear uit 1991. In die film speelt Nick Nolte een advocaat die opzettelijk ontlastende informatie achterhield voor de analfabete verdachte van verkrachting die hij bijstond. Deze door Robert de Niro gespeelde verdachte verdiende in de ogen van zijn advocaat een zware straf.
Voor dit scenario is misschien wel wat te zeggen: Lippestad is een vrij prominent lid van de Arbeiderspartij, eigenaar van het eiland Utøya waar de slachting plaatsvond. En Weski vindt zijn daadkracht opmerkelijk. „Ik zou sowieso nooit in het openbaar een stelling over de persoon van een cliënt innemen. En zeker niet zo snel naar buiten treden, er is nog niet eens een dossier. Je moet aan een drietrapsraket denken. Ten eerste: wil een cliënt met zijn verhaal naar buiten? Dan: vindt de advocaat dat verstandig? En ten derde: wil deze een openbare spreekbuis zijn voor een politieke agenda? Die hele raket is hier afgegaan. Ik zou het nooit zo doen.”

