Peter Plasman: 'Het boeit me niet wat iemand heeft gedaan'

De verdediging van zware criminelen, zoals Theo van Gogh-moordenaar Mohammed Bouyeri, leverde advocaat Peter Plasman gedurende zijn loopbaan regelmatig een enthousiaste stroom aan bedreigingen op.

Is het niet vermoeiend een vak te hebben waarbij je je voortdurend moet verdedigen tegen de aanklacht dat je monsters verdedigt?
“Nee, dat vind ik niet vervelend, dat vind ik juist een uitdaging. Ik ben ervan overtuigd dat wij een heel belangrijk vak hebben en ik weet ook dat veel mensen dat niet begrijpen. Dus leg ik het altijd uit met een vrij makkelijk voorbeeld en over het algemeen werkt die aanpak wel.”

Wat is dat voorbeeld?
“Stel, je wordt aangehouden omdat je een borreltje te veel op hebt. Dan ben je nog geen crimineel, maar je moet wel mee naar het politiebureau. Er komt een advocaat en die zegt: ja, meneer, sorry, het is allemaal bekeken en gemeten. U heeft te veel gedronken en dat gaat u uw rijbewijs kosten en daardoor verliest u waarschijnlijk ook uw baan maar ja, ik kan er weinig aan doen want dat zijn standaardstraffen. Die advocaat gaat weer weg en dan komt er per abuis nog een advocaat. Die tweede zegt: O, ik zie dat ze een foutje hebben gemaakt bij de meting en dat betekent dat die hele meting van tafel ligt en als ik dat verweer ga voeren dan was u weliswaar hartstikke dronken en heeft u wel al die mensen in gevaar gebracht, maar dan gaat u toch naar huis en volgen er verder geen repercussies. En dan is de vraag: wie kiest er voor die eerste advocaat? Ik denk helemaal niemand. Dat is de essentie van ons vak. Maar desondanks blijft die vraag ons achtervolgen: waarom verdedig je die boeven?”

Waarom verdedig je die boeven?
“Ik heb me altijd geïnteresseerd voor het strafrecht en gezien hoe belangrijk het is om in een rechtsstaat te leven. Cruciaal voor een goede rechtsstaat is een goede rechter, een goede officier van justitie, maar ook goede advocaten die weten hoe het systeem werkt. Wij worden ingehuurd door mensen waarvoor dit systeem gemaakt is. Het strafprocesrecht, maar ook het strafrecht is gemaakt voor de burger, ter bescherming van de burger. Die heeft er recht op dat die regels op hem of haar worden toegepast. Alleen, hij kan dat recht niet zelf effectueren omdat hij er de ballen verstand van heeft. En daarom worden wij ingehuurd. Dat betekent dat we dus ook echt alles moeten doen wat we kunnen doen. Wij doen alleen maar wat de burger zelf zou moeten doen als hij zou weten hoe het zat.”

Is het moeilijk om de menselijkheid van cliënten als bijvoorbeeld Mohammed Bouyeri, de moordenaar van Theo van Gogh, te blijven zien?
“Totaal niet. Dat kost me geen enkele moeite. Zoals het me ook niet boeit wat iemand heeft gedaan. Als ik dat wel zou hebben, zou ik dit nu niet doen. Dat zou hetzelfde zijn als een chirurg die niet tegen bloed kan.”

Hoe verdedig je zo iemand? Die overduidelijk schuldig is?
“Dat was in zijn geval niet zo moeilijk want hij wilde geen verdediging. Ik vond het wel te waarderen dat hij zei: ik heb dit gedaan uit overtuiging, dan moet jij niet daarop gaan afdingen, dat wil ik niet.”