Misleiden rechterlijke macht lijkt bedrijfscultuur

Het achterhouden van ontlastend bewijsmateriaal in de zaak-Nienke Kleiss heeft het imago van het Openbaar Ministerie (OM) fors beschadigd. “Eens en nooit meer”, is de reactie van procureur-generaal Brouwer. Toch is de kans dat het instituut binnenkort weer een uitglijder maakt groot. Het misleiden van de rechterlijke macht lijkt zich ontpopt te hebben tot een bedrijfscultuur. Politiek-Digitaal blikt terug op het rechercheonderzoek naar de Vuurwerkramp en vergelijkt de gang van zaken met de gerechtelijke dwaling in een moordzaak van 20 jaar geleden.

Was het achterhouden van ontlastend bewijsmateriaal in de zaak-Nienke Kleiss een incident? Nee, zegt de politievakbond ACP. “Wij hebben meldingen van politiemensen dat ze in gewetensnood zijn gekomen als het OM hiertoe besloot”, aldus voorzitter Van de Kamp van de ACP vorige week tegen het NOS-journaal.

Voor rechercheurs die in gewetensnood komen is Justitie genadeloos, schrijft misdaadverslaggever Peter R. de Vries in de Telegraaf van afgelopen zondag. De Vries beschrijft het verhaal van rechercheur Sjoerd Bos, die door zijn superieuren buiten functie werd gezet toen hij zei dat zijn team in de ‘Zaanse Paskamermoord’ zich op de verkeerde verdachte richtte. Wat er zich precies binnen het rechercheteam heeft afgespeeld, meldt De Vries niet, maar de afwikkeling door Justitie – toen in 2001 bleek dat Bos het bij het rechte eind had – spreekt boekdelen.

Eerherstel van ondergeschikt belang
Ex-rechercheur Sjoerd Bos – aan wiens carrière in 1986 op dienstbevel abrupt een einde kwam – vroeg afgelopen jaar om genoegdoening en financiële compensatie voor het hem onterecht aangedane leed. De maandag opgestapte burgemeester Meijdam van Zaanstad liet weten dat de kwestie “verjaard” is. Het College van procureurs-generaal meldde “niets meer te kunnen doen”. Minister Donner van Justitie schreef tot slot: “Ik zie niet hoe ik als minister van Justitie hier in zou kunnen treden. Ik acht mij niet gehouden tot enige vergoeding van mogelijk door u geleden schade.” Eerherstel voor een individuele rechercheur weegt niet op tegen imagoschade die Justitie oploopt als ze haar fouten toegeeft, zo blijkt.

Een zelfde lot is de rechercheurs Paalman en De Roy van Zuydewijn overkomen. Zij maakten deel uit van het Tolteam – het Twentse rechercheteam dat zich bezighield met het onderzoek naar de toedracht van de Vuurwerkramp in Enschede. De rechercheurs uitten openlijk hun twijfels over de koers die het Tolteam was ingeslagen.

Via advocaat Peters hadden de rechercheurs laten weten dat “het Openbaar Ministerie en politie zich ten onrechte hebben geconcentreerd op André de Vries. Na zijn aanhouding in januari 2001 is naar andere mogelijke verdachten geen serieus onderzoek meer gedaan.” Ook verklaarden de rechercheurs dat collega’s slordig zouden zijn omgesprongen met bewijsmateriaal. Expliciet verklaarden zij dat collega’s van het Tolteam met “tunnelvisie” hadden gerechercheerd.

Deze aantijgingen leidden uiteindelijk wel tot een onderzoek door de Rijksrecherche om mogelijke fouten door het Tolteam voor het voetlicht te brengen, maar toch bleek er van een openbaar onderzoek nauwelijks sprake te zijn. Het OM bracht de uitkomsten zelf naar buiten en verdraaide deze zo dat het leek alsof Paalman en De Roy van Zuydewijn teruggekomen waren op een verklaring over misbruik van bewijsmateriaal door een collega-rechercheur.

Heksenjacht op kritische rechercheurs
Ten onrechte, oordeelde een rechter in Den Haag. "Het persbericht impliceert dat Paalman weleens meineed zou hebben kunnen gepleegd." Ook oordeelde de rechter dat het niet terecht is dat Paalman en De Roy van Zuydewijn als enige rechercheurs in het persbericht met naam werden genoemd. Want het ging tenslotte om een onderzoek naar de gang van zaken in het gehele Tolteam. Hoewel het OM het persbericht uiteindelijk – op last van de rechter – heeft gerectificeerd, is dit een schoolvoorbeeld van hoe er met eigenzinnige rechercheurs wordt omgegaan. Het OM deed nog ettelijke pogingen om de rechercheurs voor meineed te vervolgen, maar het Gerechtshof in Arnhem blokkeerde dit.

In mei 2004 zijn Paalman en De Roy van Zuydewijn geschorst. Daarop volgde een ontslagprocedure door de politie in Twente. “Op grond van ernstig plichtsverzuim en ongeschiktheid en onbekwaamheid voor de functie van politieambtenaar”, was de lezing van het Korps. “Er is een onwerkbare situatie ontstaan”, meldde het OM in een persbericht. De voordracht tot ontslag werd uiteindelijk in juni ingewilligd door de rechter. De Rijksrecherche kwam in haar onderzoek uiteindelijk tot de conclusie dat “de politie noch de medewerkers van het OM de rechterlijke macht opzettelijk hebben misleid”.

’Onafhankelijk’ onderzoek Rijksrecherche
Formeel houdt de Rijksrecherche zich bezig met onafhankelijke opsporingsonderzoeken tegen (semi)overheidsfunctionarissen die strafbare gedragingen plegen, waarbij de integriteit van de rechtspleging en de integriteit van het openbaar bestuur in het geding is. Maar in de praktijk heeft ze de schijn op zich dat die onafhankelijkheid niet zoveel voorstelt. Het College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie bepaalt bijvoorbeeld de criteria waaronder de Rijksrecherche kan worden ingezet. De vraag is dan ook in hoeverre het onderzoek naar rechterlijke dwalingen binnen het Tolteam voor objectief door kan gaan, zeker als het gaat om het grootste rechercheonderzoek uit de Nederlandse politiegeschiedenis, waarin vele machtspolitieke spelletjes speelden en nog steeds worden gespeeld.

De vraag kan gesteld worden of het OM zich bewust heeft laten indekken door de Rijksrecherche. Een hoofdrolspeler in de kwestie was bijvoorbeeld advocaat-generaal Welschen. Als aanklager heeft hij de kritische rechercheurs veelvuldig besmuikt in de media. “Absurde verzinsels”, zo omschreef hij de kritiek van Paalman en De Roy van Zuydewijn.

De brute wijze waarop ex-rechercheur Sjoerd Bos in de ‘Zaanse Paskamermoord’-zaak het veld moest ruimen toont dus sterke gelijkenissen met hoe de ex-rechercheurs Paalman en De Roy van Zuydewijn buiten functie zijn gezet in het onderzoek naar de Vuurwerkramp. Van ‘vuile was’ buitenhangen moet Justitie niet zoveel hebben. Liever houdt ze de schijn op als er fouten zijn gemaakt: het risico op imagoschade van de eigen organisatie lijkt altijd zwaarder te wegen dan het risico op veroordeling van een onschuldige verdachte. Zo blijkt uit de zaak-Nienke Kleiss, de ‘Zaanse Paskamermoord’ en de zaak-Vuurwerkramp. Politiemedewerkers laat Justitie als een baksteen vallen wanneer zij met hun geweten in de knel komen.

Duik in het onderzoek
Toch is het niet mogelijk zomaar partij te trekken voor de ontslagen rechercheurs, zonder dat we de in’s en out’s kennen van het rechercheonderzoek naar de toedracht van de Vuurwerkramp. Willen we de stelling van advocaat-generaal Welschen – “absurde verzinsels” – ontkrachten dan ontkomen we niet aan een duik in het onderzoek zelf.

Lezen we het boek van Maarten Bollen, ‘Op zoek naar de onderste steen’, dan kunnen we niet met kracht stellen dat er sprake was van een tunnelvisie. Dat lijkt opmerkelijk, want Bollen schreef zijn boek letterlijk tussen de rechercheurs in. “Ik meldde me bij het Tolteam en kreeg een kamertje en een stapel mappen”, aldus Bollen. In zijn boek beperkt de kritiek zich op de defensieve houding van het ministerie van VROM, het ministerie van Defensie en de gemeente Enschede die het Tolteam tegen zouden hebben gewerkt in het verkrijgen van informatie en het doen van vuurwerktesten. Het boek beperkt zich tot externe verschillen van inzicht, maar doet geen verslag van de tumult die binnen het team ontstond over de te volgen koers.

“Verdoezelen eigen falen”
Gezegd moet worden dat Maarten Bollen zelf een politiemedewerker is en het boek in opdracht schreef van het Tolteam. Er gaan geruchten de ronde dat Justitie de hand zou hebben gehad in een 2Vandaag-uitzending, waarin het boek besproken werd. "Justitie heeft door middel van het boek van Bollen het eigen falen willen verdoezelen", meldt een betrouwbare bron aan Politiek-Digitaal die niet wil dat zijn naam hiermee in verband wordt gebracht.

Wat meer in de buurt komt van een zoektocht naar ‘de onderste steen’ is het boek van misdaadverslaggever Simon Vuyk, voormalig eindredacteur van het programma ‘Peter R. de Vries, misdaadverslaggever’. Vuyk kreeg inzage in het strafdossier van Peter Plasman, advocaat van SE Fireworks-directeur Rudi Bakker. Daarin wordt duidelijk dat er naar een bepaalde verdachte nauwelijks serieus onderzoek is gedaan en dat inderdaad alle menskracht en capaciteit op de in hoger beroep vrijgesproken André de Vries is gezet.

Politiek-Digitaal ging zelf ook de wandelgangen van het Tolteam na. Dat met behulp van uitgelekte proces-verbalen, openbare rechtbankverslagen en oude krantenberichten. Nijpende vraag: was er inderdaad sprake van een tunnelvisie? Hadden de ex-rechercheurs Paalman en De Roy van Zuydewijn het bij het rechte eind?

Bekentenis André de Vries aan undercoveragent
Reeds vroeg in het onderzoek rees de verdenking in de richting van André de Vries. Het Tolteam zette alle menskracht en capaciteit in om de minder begaafde man tot een bekentenis te dwingen. Toen dat in officiële verhoren niet lukte, stuurde het Tolteam een als gedetineerde vermomde agent naar het Huis van Bewaring. Aan deze undercoveragent vertelde De Vries: "Ik zeg gewoon dat ik het niet gedaan heb, 20 doden, 1000 gewonden, heavy, heavy. (..) Ja, ik heb het gedaan, maar dat zeg ik nooit."

De Vries bekende min of meer in wartaal dat hij de ramp op zijn geweten had. Maar, was dat geen stoere boevenpraat? Gewoon om te bluffen? De Vries was niet bijster intelligent, matig sociaal ontwikkeld, gemakkelijk manipuleerbaar en dus van een heel ander kaliber dan de undercoveragent. De laatste liet zichzelf mogelijk maar met één intentie opsluiten: "Hoe krijg ik De Vries aan het praten."

Twijfelachtig forensisch onderzoek
Schaamteloos was volgens advocaat Moszkowicz dat de rechtbank in Almelo gebruik heeft gemaakt van de bijdragen van deze undercoveragent, die zelf heeft gezegd dat hij De Vries “niet goed begreep”. Ook opvallend is dat de Almelose rechters hun vonnis van 15 jaar cel niet konden onderbouwen met een verklaring over hoe de brand gesticht moest zijn. Het waren de vuurwerkresten op De Vries’ rode sportbroekje die er op moesten wijzen dat de drager zich op maximaal 100 meter van exploderend evenementenvuurwerk heeft bevonden. Een sportbroekje waarop het forensisch onderzoek twijfelachtig was verlopen en dat rechercheurs voor 'de gein' op hun hoofd hadden gezet, terwijl ze aan het 'speuren' waren op het rampterrein.

Ongewenste zijsporen in de zaak-Vuurwerkramp
Het meest onthutsende is echter niet de wijze waarop het Tolteam rond André de Vries heen heeft gerechercheerd, maar de zaken die het Openbaar Ministerie buiten beschouwing heeft gelaten in de aanklacht. Zo kwam er in augustus 2000 een tip binnen bij de Regionale Criminele Inlichtingen Dienst (RCID) die in een proces-verbaal als volgt werd geverbaliseerd: "Mark S. en de omgekomen fotograaf N. zouden betrokken zijn bij het ontstaan van de ramp. Tevens zouden ze een vooropgezet plan hebben gemaakt en er later een aantal studenten bij betrokken hebben."

Mark S., toen 19 jaar oud, is de zoon van Harm S., de oud-eigenaar van SE Fireworks, die het pand van vuurwerkbedrijf SE Fireworks aan de directeuren Rudi Bakker en Willy Pater verhuurde. Een maand na de binnenkomst van de tip bij de RCID – waarvan de politie Twente tijdig op de hoogte is gebracht -, wordt Mark S. met een andere belastende verklaring in verband gebracht. De politie vraagt op 28 september 2000 aandacht voor een getuigenverklaring van Vishandel Keizer. Eén van de concrete vragen luidt: "Wie is de man, die op 13 mei 2000, vlak na de laatste explosie, bij Vishandel K., buiten adem kwam binnenlopen, iets te drinken vroeg en zijn GSM telefoon uitleende aan een winkelbediende?" Mark S. die op 14 mei 2000 in een verklaring niets zei over dit voorval, meldt zich op 29 september 2000 naar aanleiding van de tv-uitzending. "Ik zag dat de politie de man zoekt die kort na de explosie bij de viswinkel van K. naar binnen ging. Toen ik dat zag, schoot mij plotseling te binnen, dat ik dat ben geweest."

Over de inhoud van de getuigenverklaring van Vishandel Keizer werd niet gerept in de tv-oproep. Maar als we die er bijpakken lezen we zeer belastende uitspraken. Eigenaar Berend Keizer laat het in het proces-verbaal als volgt optekenen: “Ik zag uit de richting van de Roomweg een jongeman de Voortsweg oplopen. Hij kwam in mijn richting. Hij sprak mij aan en vroeg: 'Heb je wat te drinken? Ik heb zo hard gerend, heb je wat te drinken? We waren bij de bunkers bezig.' Ik zei toen: 'Bij Fireworks?' Ik hoorde de jongen toen zeggen: 'Ja'."

Niet buiten beschouwing mag worden gelaten dat de relatie tussen de vader van Mark S. en de toenmalige directeuren haat en nijd was. Dat blijkt uit interviews, uitlatingen van betrokkenen, maar ook uit getuigenverklaringen, zoals die van de Chinese tolk van Harm S. "Please, Please Rudi keep your eyes open! He will destroy you and SE Fireworks", zo waarschuwde zij toenmalig directeur Rudi Bakker. Waarom Harm S. het niet zo goed kon vinden met de heren Bakker en Pater had alles te maken met geld. SE Fireworks was voor Harm S. een obstakel in de bedrijfsvoering, zo blijkt uit zijn bijna-veroordeling voor het overtreden van het concurrentiebeding. Daarbij wilde hij het onroerend goed verkopen dat het vuurwerkbedrijf SE Fireworks van hem huurde, maar daarvoor zou hij Bakker en Pater een schadeloosstelling moeten uitbetalen. Voor de bewijsvoering is dit belangrijk: bij een dader hoort een motief.

Logisch was geweest om de voor Mark S. belastende verklaringen verder te onderzoeken, maar het Openbaar Ministerie besloot anders. Mark S. is op 29 september niet geconfronteerd met de RCID-tip, noch met de verklaring van Keizer. Enkele maanden daarna is Mark S. geëmigreerd naar Spanje.

De vermoedens dat Mark S. enige betrokkenheid zou kunnen hebben versterkten toen fotograaf Cees Elzenga – destijds woonachtig op het getroffen industrieterrein Roombeek - recent met nieuwe, belastende informatie, naar buiten kwam. Elzenga beschuldigde Bas van den H., een explosie-onderzoeker die meeschreef aan het rapport-Oosting, van betrokkenheid bij het ontstaan van de Enschedese vuurwerkramp. Volgens Elzenga zou de onderzoeker een week voor de ramp informatie hebben ingewonnen over het terrein rond SE Fireworks. “De persoon met wie ik spreek wil van mij weten of er op een gemiddelde zaterdag veel mensen op het terrein aanwezig zijn”, aldus Elzenga in zijn tip. Van den H. zou hem medegedeeld hebben dat hij voor een film een auto wilden laten ontploffen. Hoewel Elzenga zeer gedetailleerde informatie geeft, wordt zijn geloofwaardigheid ondergraven vanwege het feit dat hij het voorval pas een jaar geleden herinnerde. Ook zou er sprake zijn van persoonlijke rancune tussen Van den H. en Elzenga.

OM: ”Er is echt helemaal niets”
Toen Politiek-Digitaal op 5 juli 2005 publiceerde over de tip van Elzenga en het matige recherchewerk rondom Mark S., besloot de Twentsche Courant Tubantia Justitie om een reactie te vragen. “We hebben de tip uitvoerig tegen het licht gehouden. Er is geen enkele aanleiding om de onderzoeker als verdachte te bestempelen. Er is echt helemaal niks”, aldus een woordvoerder van Justitie. Aan de vraagtekens rondom Mark S. werden geen woorden meer vuil gemaakt.

Toch zijn er mogelijk dwarsverbanden te leggen tussen de tip van fotograaf Elzenga en de belastende verklaringen tegen Mark S., hoewel ze afzonderlijk ook al genoeg stof zouden moeten doen opwaaien voor nader onderzoek. Het is opmerkelijk dat deze tips, feiten en verklaringen, niet hebben geleid tot het confronteren van de betrokkenen in een verhoor. Vooral Mark S. komt makkelijk weg. Dat terwijl hij in de buurt was ten tijde van de ontploffing én in Vishandel Keizer gezegd zou hebben dat hij met anderen “bij de bunkers van SE Fireworks bezig” was.

Toch een tunnelvisie
Willen we daarvoor een verklaring geven, dan kunnen we niet anders concluderen dat er sprake is geweest van tunnelvisie. De kritiek die Paalman en De Roy van Zuydewijn op ontslag kwam te staan. Het Tolteam was op het moment dat Mark S. verhoord werd hard bezig de aanklacht tegen André de Vries rond te krijgen. Ieder zijspoor zou de dan toch al zwakke bewijsvoering tegen De Vries verder ondergraven. En van zijsporen houdt het OM niet, zo ondervonden de buiten functie gezette rechercheurs Paalman en De Roy van Zuydewijn aan den lijve.

Laten we het begrip tunnelvisie nog even tegen het licht houden. Tunnelvisie is een proces waarin een rechercheteam kan geraken als er gedurende het onderzoek te zeer gefocust wordt op de hoofdverdachte. Wanneer die focus optreedt, kan het zo zijn dat rechercheurs – bewust of onbewust – niet meer letten op andere invalshoeken. Vaak gaat dit gepaard met de drang om de bewijsvoering voor een aanklacht zo krachtig mogelijk te maken. Zo is dat gebeurt in de ‘Zaanse Paskamermoord’-zaak, bij André de Vries in de zaak-Vuurwerkramp en nu weer in de zaak-Nienke Kleiss. In de laatste heeft het OM bewust twijfels van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) over de schuld van Cees B. verzwegen aan de rechter.

Conclusies moeten herleidbaar zijn, onderzoek reproduceerbaar
Ter bewaking van de integriteit van de rechtsgang zouden rechercheteams dergelijke processen op tijd moeten signaleren en ook medewerkers daartoe de kans moeten geven. Want, in feite is rechercheonderzoek niets anders dan het bedrijven van wetenschap: conclusies moeten herleidbaar zijn, het onderzoek reproduceerbaar. Minister Donner van Justitie zegt zich nu “ernstige zorgen” te maken over de “de grote druk op het Openbaar Ministerie”. Maar is het niet het OM zelf dat het vertrouwen in de rechtsstaat schaadt? En kan dat niet juist het beste met ‘controle van de macht’ bestreden worden?

Willen we op deze manier verder?
Donner vreest dat het imago van het OM forse schade oploopt door de grote druk van de media. “Terwijl het gaat om een instantie waar we toch mee verder moeten, of we dat nu willen of niet”, zo stelde hij. Het moge duidelijk zijn dat het imago van het OM reeds beschadigd is. Een logische vraag zou daarom zijn: willen we op deze manier verder? Willen we verder met een Justitieapparaat dat niet zijn uiterste best doet om tunnelvisies te bestrijden? Dat rechercheurs die uit de school klappen als een baksteen laat vallen? En, willen we wel verder met een minister en procureur-generaal die – als er grove fouten zijn gemaakt – hun verantwoordelijkheid niet nemen? Wat heeft de Nederlandse rechtsstaat nog voor betekenis als de rechterlijke macht keer op keer misleid wordt?