Benno Baksteen II

Er was nogal wat te doen de afgelopen weken over de stand van de nationale rechtspraak. Rechters zouden foute beslissingen nemen, beslissingen niet goed motiveren en daarover ook onvoldoende verantwoording afleggen. En ook werd het beeld van de achterkamertjes weer uit de kast gehaald.
Rechters kwamen ook zelf in beeld.
Wat in dat verband opviel was het geruisloze einde van De Raadkamer bij SBS6. Peter R. de Vries was erin geslaagd om wekelijks rechters en een officier van justitie live in debat te krijgen, ook met journalisten en advocaten. Rechters Nienke de Waal en Jan Moors gingen er open in en schuwden gevoelige onderwerpen niet. Zo debatteerde Nienke de Waal onbevangen mee toen de kwaliteiten van de minister van Justitie en Veiligheid aan de orde kwamen. Daarbij wist zij behendig valkuilen te vermijden. Toen De Vries in de groep gooide dat “wij” niet zo blij waren met de prestaties tot nu toe van de heer Grapperhaus reageerde zij alert met de vraag wie bedoeld werd met “wij”.
Over vele onderwerpen gaven De Waal en Moors inzicht in hun opvattingen en denkwijzen.

De voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, Frits Bakker, kwam in beeld bij Jinek. Aanleiding was de kritiek op het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden in de zaak Michael P., die zich vooral richtte op de voorzitter van de strafkamer. Deze zou vooringenomen zijn geweest toen hij Michael P. in 2012 “slechts” 12 jaar gaf (3 jaar boven de eis) en geen tbs. De vader van Anne Faber stelde Rinus Otte mede-aansprakelijk voor de dood van zijn dochter in 2017.
In de discussie bleef onderbelicht dat Michael P. tot ver in 2018 in detentie zou hebben gezeten wanneer de gevangenisstraf uit het arrest uit 2012 volledig zou zijn geëxecuteerd en hij dan dus niet in 2017 Anne Faber had kunnen doden.
Frits Bakker liet na dit aspect te benoemen.

Er diende zich bij Jinek nog wel een opvallend moment aan.
Die dag had de Kamer de motie Ten Broeke aangenomen, waardoor de Kamer de Russische Federatie aansprakelijk houdt voor zijn aandeel in het neerhalen van vlucht MH17. Baudet en Wilders namen het standpunt in dat de vaststelling van aansprakelijkheid door de rechter gedaan moest worden, stemden tegen en kregen daarna de volle laag.
Ook Frits Bakker was van mening dat dit aan de rechter was en hij kreeg vervolgens van Jinek de geraffineerde vraag of Baudet en Wilders dus de enige waren die het goed zagen. De kans is groot dat Bakker niet op dit onderwerp voorbereid was. Bakker kon niet meer terug en redde zich eruit door te antwoorden dat hij het graag bij zijn eigen mening hield. Om vervolgens in de NRC van 5 juni 2018 afgeserveerd te worden; de daar geventileerde opvatting was dat Baudet en Wilders de nationale eenheid hadden doorbroken en Frits Bakker had het er bij Jinek ook niet beter op gemaakt; hij had zich volgens de NRC kennelijk achter de Kamer moeten scharen.
Maar wanneer hij dat gedaan had waren de rapen gaar geweest. De motie Ten Broeke gaat ver, Rusland krijgt daarin een aandeel in het neerhalen van MH17. Iets dat veel verder gaat dan de vaststelling dat de Bukraket uit Rusland afkomstig was. De motie werd aangenomen terwijl het zeer omvangrijke strafonderzoek nog loopt. Uiteindelijk moet het strafproces in Nederland plaatsvinden.
De functie voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak is zeker in Rusland – maar ook daarbuiten – eenvoudig te vertalen in “baas” van de rechters. Wanneer de baas van de rechters op de nationale tv het standpunt zou innemen dat Rusland een aandeel heeft gehad in het neerhalen van MH17, wordt het de Russen wel heel gemakkelijk gemaakt om vooringenomenheid bij de Nederlandse rechter als propagandamiddel in te zetten: “Het strafrechtelijk onderzoek is in volle gang, maar de beslissing is al genomen”.
Zo bezien bevindt een naar buiten tredende rechter zich al snel in gevaarlijk media vaarwater en is enige terughoudendheid daarbij goed te begrijpen.
Maar niet teveel graag.

In het huidige tijdsgewricht leggen de feiten het af tegen de beeldvorming.
De kwestie Anne Faber laat heel goed zien hoe dat werkt.
De positie van de vader van Anne Faber is onaantastbaar, als nabestaande van een dochter die op gruwelijke wijze om het leven is gebracht. Iedereen gunt hem zijn wijze van verwerken van het immense verdriet. Maar het gevolg is wel dat zelfs de vraag of hij gelijk kán hebben vermeden wordt. Zijn open brief in de Volkskrant is het startpunt geworden van een discussie die weer heel snel het beeld heeft opgeleverd van rechters die er niets van begrijpen. Zo pakte Theodoor Holman in het Parool uit met een door hem verzonnen crisis bij de rechterlijke macht. De Volkskrant publiceerde een “brief van de dag” van een psychiater onder de vetgedrukte kop “Vraag blijft of het besluit om P. in 2012 geen tbs op te leggen wel juist was”.
Het overheersende beeld is meteen dat “het volk” hiermee bezig is. Ik geloof daar helemaal niets van. Uiteraard leidt af en toe een spectaculaire strafzaak tot maatschappelijke discussie. Maar de lege tribunes bij de talloze openbare strafzittingen zijn veelzeggender. Geïnteresseerden in het strafrecht én in de opvattingen en denkwijzen van rechters konden zeer goed terecht bij de Raadkamer van Peter R. de Vries. Toch sneuvelde dat programma omdat er geen hond naar keek.
Maar dat zijn slechts de feiten, het beeld dat wordt neergezet is anders. Beeldvorming is beslissend, wanneer dat is dat de rechtspraak niet deugt, dan deugt de rechtspraak niet en dat heeft op termijn potentieel zeer gevaarlijke consequenties.

De reacties uit de rechterlijke macht op de kwestie Faber stellen niet gerust. De kritiek lijkt serieus genomen te worden. Rinus Otte is als persoon in bescherming genomen: hij was niet alleen, er waren drie raadsheren en hij was niet vooringenomen legt de president van het hof Arnhem-Leeuwarden, Fred van der Winkel, uit. Dat maakt een zwakke indruk. De pas aangetreden president van het hof Den Haag spreekt in de Telegraaf ook over de kwestie Faber, maar wel onder de kop: “De rechtspraak is nog lang niet openbaar genoeg”. Daar valt wat voor te zeggen maar door de koppeling aan de kwestie Faber klinkt ook dat defensief.
Werken aan beeldvorming is bij rechters in verkeerde handen. Zij zijn opgeleid om de feiten vast te stellen en om juist door de beeldvorming heen te kijken. Jaren geleden was het optreden van rechters in de media onderwerp van discussie tijdens de Dag van de Rechtspraak. Een rechter kwam met de hartenkreet: “Wat wij nodig hebben is een Benno Baksteen”. Ik schreef er hier al eens een blog over en een goed idee kan niet vaak genoeg herhaald worden. Benno Baksteen duikt al jaren op in de media wanneer er iets in de luchtvaart te bespreken valt. Hij komt dan maar één ding doen: vertellen hoe het zit. En zo zit het dan ook.
De rechtspraak heeft geen Benno Baksteen; zij heeft separaat opererende persrechters, soms goed, soms niet goed. Daarnaast de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, die ook niet in de eerste plaats benoemd is vanwege het feit dat hij (of zij) mediageniek zou zijn. Op ad hoc basis wordt wel eens een rechter bereid gevonden zijn of haar zegje te doen. Erg indrukwekkend is het in het algemeen niet. Soms wel, zoals het optreden van de hiervoor al genoemde president van het hof Arnhem-Leeuwarden bij Nieuwsuur in november 2014 over een aangifte die het hof ging doen.

De Benno Baksteen van de rechtspraak zou in de kwestie Anne Faber reeds op 12 oktober 2017 in aktie gekomen zijn om de beeldvorming in Nieuwsuur neergezet door emeritus hoogleraar forensische psychiatrie H. Van Marle bij te stellen. Van Marle mocht ongestraft vertellen dat aan Michel P. tbs opgelegd had moeten worden. Hij vertelde er niet bij waarom zijn collega’s in het PBC dat dan niet geadviseerd hadden. Benno Baksteen zou toen al begrepen hebben dat deze uitspraak van Van Marle richting de behandeling van de strafzaak Michel P. herhaald ging worden en dus met kracht bestreden moest worden.
Hij zou ook gehamerd hebben op het feit dat wanneer de uitspraak van het hof uit 2012 simpelweg was uitgevoerd Michael P. in 2018 nog zou vastzitten. Omdat juist zo’n feit werkt in de beeldvorming.

Benno Baksteen zou niet in de verdediging zijn gegaan, integendeel. Hij zou heel snel de aandacht gevestigd hebben op de kern van de zaak: dames en heren, heel fijn dat jullie – al dan niet gehinderd door enige kennis van zaken – meedenken over hoe rechters beslist zouden moeten hebben. Heel fijn ook wanneer in de discussie wordt vastgesteld welke de juiste uitspraak (“tbs met dwangverpleging”) zou zijn geweest.
Hebben jullie daarbij ook nagedacht over de vraag wie dan uiteindelijk beslist wat wel of niet een goede uitspraak is? Zullen we die dan maar rechter maken?
De kwestie Anne Faber is een schoolvoorbeeld van de noodzaak om een krachtig figuur te hebben die uitlegt waar het op staat, aan de hand van feiten, maar in de wetenschap dat het gaat om de vertaling van die feiten naar het beeld.
Die tegen Eva Jinek over MH17 gezegd zou hebben: “U denkt toch niet echt dat ik die vraag ga beantwoorden?”.

Die rechter zag het goed op de Dag van de Rechtspraak, er is een vacature: een Benno Baksteen voor de rechtspraak.

Peter Plasman
Strafpleiter