Hij kent bijna alle advocaten en bijna alle advocaten kennen hem. Van gezicht dan, want maar weinig advocaten weten echt wie hij is en wat hij doet. Eindelijk – als uitsmijter van de verdwijnende rubriek Wie is wie – zal duidelijk worden wie toch die meneer is met die blauwe tas (met daarin steevast de Telegraaf en een kammetje), die al ruim 30 jaar lang bijna dagelijks op de Amsterdamse rechtbank te vinden is. Zijn naam is Maarten van der Tas en hij is wereldberoemd op de Amsterdamse rechtbank.
Nadat wij Van der Tas hadden benaderd voor het interview, bleek al snel dat het ABB niet de eerste was met zo’n verzoek. Desgevraagd heeft Van der Tas ons – voorafgaand aan het interview – al diverse krantenartikelen toegestuurd, zoals een artikel in de Telegraaf. Daarin lezen wij terug dat Van der Tas al op jonge leeftijd wist dat hij rechten wilde gaan studeren, om daarna als advocaat aan de slag te gaan, net als zijn vader. Het lot besliste echter anders. Door een verkeersongeluk heeft Van der Tas op 10-jarige leeftijd noodgedwongen van zijn plannen moeten afzien. Zijn interesse in de juridische wereld is desondanks altijd gebleven. Een interesse die Van der Tas op geheel eigen wijze aan de dag brengt.
Iedere werkdag rond 13.00 uur stapt Van der Tas het gerechtsgebouw aan de Parnassusweg binnen, wat inmiddels zo’n beetje zijn tweede thuis geworden is. In de ontvangsthal op de begane grond aanschouwt Van der Tas de Amsterdamse rechtbank en zijn bezoekers. De beveiligers groeten hem hartelijk en de nieuwsgierige dame van de koffie komt een praatje met hem maken. Ook advocaten en rechters lijken hem te kennen.
Van der Tas komt op de rechtbank om zittingen bij te wonen. Meestal kiest hij voor strafzittingen, omdat deze eenvoudig voor het publiek toegankelijk zijn. Als hij een zaak dan niet interessant (genoeg) vindt, dan loopt hij weg en kiest hij een andere zitting uit. Van te voren weet hij dus nog niet waar een zaak over zal gaan.
Van der Tas: “Net ben ik bijvoorbeeld even gaan kijken in de Van Hallzaal, daar wordt nu een moord met een bijl behandeld. Nou ja goed, dan heb je gauw in de gaten waar het om gaat als je binnen bent, om wat voor misdrijf het gaat en ook of het een grote zaak is.” Het is overigens niet zo dat hij alleen voor de ‘grote zaken’ gaat; een zitting bij de politierechter of een civiel kort geding vindt Van der Tas ook erg interessant.
Het komt wel eens voor dat een zitting wordt geschorst en de behandelend advocaat op de gang naar de mening en voorspelling van Van der Tas vraagt. Hij vindt het ontzettend leuk om inhoudelijk mee te denken. Van der Tas lijkt een wandelende encyclopedie te zijn en hij kan dan ook zonder moeite de betreffende zaak vergelijken met andere zaken, om zo tot een voorspelling te komen. Als er vervolgens niet direct ter zitting uitspraak wordt gedaan, meldt Van der Tas zich om 13.00 uur bij de vonniskamer of probeert het vonnis zo nodig zelfs nog via de behandelend advocaat te bemachtigen.
Van der Tas woont al die zittingen puur uit interesse bij, hij maakt nergens aantekeningen van en heeft ook geen concrete intenties om iets met deze schat aan informatie te ‘doen’.
Van der Tas deelt wel graag zijn visie op het recht en vertelt uitvoerig over de blunders van het OM, zoals in de Schiedammer Parkmoord- zaak, toen justitie de ontlastende bewijzen tegen de aanvankelijke verdachte Kees B. bewust buiten het dossier had gehouden.
Van der Tas vervolgt met de Paskamermoord in Zaandam uit 1984: “Dat is lang geleden hoor, toen waren jullie waarschijnlijk nog heel klein. Dat ging om een verkoopster die dood werd gevonden in de paskamer van de boetiek waar zij toen als enige werkte. De kassa was leeg geroofd en zij werd met messteken in haar keel dood aangetroffen. In die zaak werd Rob van Z. tot 12 jaar veroordeeld, onder andere omdat een politiehond een geurspoor naar hem had weten te herleiden. In hoger beroep heeft advocaat Doedens aangetoond dat deze politiehond een hasjhond was, die helemaal niet getraind was om mensengeuren te volgen. Rob van Z. werd daarop vrijgesproken wegens ondeugdelijk bewijs. Later is overigens via een DNA-test gebleken dat hij inderdaad niet de dader was. Doedens was wat mij betreft echt een topadvocaat.”
Op de vraag wie Van der Tas op dit moment de beste advocaat vindt, antwoordt hij zonder twijfel: “Ik vind Plasman een uitstekend goede advocaat; echt de topper in het strafrecht. Dit klinkt misschien een beetje gek, maar Peter Plasman, daar ben ik nou echt dol op!”

